Vijf maanden geleden is het, dat ik
mijn eerste, voorzichtige stapjes zette in de online wereld
van Second Life. Was ik in het begon nog overdonderd door
de ontelbare knopjes, schuifjes en opties, intussen heeft
het programma bijna geen geheimen meer voor me. En als al
werkelijk sprake zou zijn van een doel in dit spel, dan heb
ik met het beheren van mijn compleet eigen eiland en het runnen
van gemeubileerde huurhuizen het hoogst haalbare bereikt.
Waar ik stiekem best trots op ben,
is dat ik het in mijn eentje heb gedaan. Toen ik me begin
maart op de rol van lekker ding stortte, deed ik dat namelijk
niet voor de sociale contacten. Ten eerste was ik mezelf niet,
ik speelde een rol, dus dat zou oneerlijk zijn tegenover de
anderen. Ten tweede, ik was vast niet de enige. In mijn eerste
maanden in deze virtuele wereld ben ik werkelijk van alles
tegengekomen, van robots tot draken en van pluizige koalabeertjes
tot zwangere vrouwen die een uit prims bestaande baby ter
wereld brengen.
Die vrijheid waardoor je kunt zijn
wie je wilt, dat is zowel een kracht als een zwakte. Zo was
een huurder van me, een vriendelijke man uit Nieuw-Zeeland
waarmee ik puur door de gewenning in de omgang toch een soort
vriendschap had opgebouwd, op een dag spoorloos. Volgens de
zoekmachine was zijn hele account weg. Later hoorde ik via
zijn online echtgenote, dat zijn vrouw, zijn échte
vrouw, een ultimatum had gesteld: die game eruit of jij eruit.
Die sluier der anonimiteit maakt contacten leggen gemakkelijk,
maar tegelijk vrijblijvend. Je kunt iemand nog zo goed kennen,
dat is altijd een illusie. Een dag later kan die persoon weg
zijn.
Ik vermoed dat daarom zoveel lomperiken,
malloten en psychopaten de game spelen. Hun vrijheid van belediging
is absoluut. Het ergste wat kan gebeuren, is dat hen toegang
tot een eiland wordt ontzegd of dat Linden Lab, makers van
Second Life, hun accounts verwijdert. Nu heb ik mezelf steevast
correct gedragen. Die vreemde snuiters die mij als hun trofeevrouw
wilden veroveren, heb ik beleefd uitgelegd, dat ik geen enkele
interesse had in virtuele relaties. Goed, ik pestte wel eens
een nieuweling, maar verder verdiende een ander mijn respect,
tot het tegendeel was bewezen.
Helaas werd dat tegendeel vaak bewezen.
Door een puber genaamd Siyuri, die haar landhuis op de grens
tussen haar en mijn land zette en, toen ik daar wat van zei,
mijn uitzicht blokkeerde een reusachtige megaprim van twintig
bij twintig. Door twee Britten die mij lang aan het lijntje
hielden met een telkens verdubbelende vraagprijs voor hun
land. En door een gothic die zich niet liet uitkopen omdat
hij aan zijn oerlelijke Egyptische tempel werkte. Gelukkig
kon ik, als mijn argumenten stuksloegen op muren van onredelijkheid,
aankloppen bij de beheerder van de sim. Iemand die mij hoog
heeft zitten. Omdat ik nu eenmaal een lekker ding ben met
iedere dag een andere kleur haar.
Vijf maanden lang heb ik Second Life
geleefd, gedroomd en gedacht. Mijn werk heeft niet geleden
onder wat wel een verslaving kan worden genoemd, maar het
snoepte alle tijd af van mijn andere hobby's. Want als ik
iets doe, wil ik het blijkbaar goed doen. Het is maar beter,
dat het spelen van poker deze zomer door Linden Lab is verboden,
omdat het valt onder Amerikaanse wetten tegen online gokken.
Anders had dat verslavende spelletje me akelig veel geld kunnen
kosten. Poker was de grootste business in Second Life, daar
gingen miljoenen in om. Na het verbod gingen de exploitanten
failliet. Eén van hen, een online kennis, is daarna
camper geworden.
Zelf houd ik de kosten binnen de perken.
Het houden van een eiland kost elke maand geld, ik verdien
elke maand aan huur en op een enkele uitzondering na, speel
ik quitte. Mooi, want het moet wel leuk blijven. Second Life
is voor mij een hobby. Eentje waar ik na een vrij intensieve
periode van experimenteren en ontdekken nu mee kan omgaan
als iedere andere hobby. Niet langer ben ik hele dagen online.
Ja, ik neem wel elke dag een kijkje, maar ik lees ook elke
dag een boek en luister ook elke dag muziek. Daar zijn het
hobby's voor.
En die wilde eerste weken? Staand
op een bar, strippend voor allerlei vieze mannetjes die mij
twintig dollar aan fooi gaven? Ik geef toe, dat ook dát
een ervaring is die ik niet gemist zou willen hebben. Een
paar maanden was ik een wild en lekker ding in Second Life.
Wat kan een man zich nog meer wensen?